Kennisbank · Warmtepomp
Warmtepomp met vloerverwarming of radiatoren: wat werkt het best?
Warmtepomp met vloerverwarming of radiatoren? Waarom lage temperatuur telt, welke radiatoren geschikt zijn, wat vloerverwarming kost en hoe je het test.
Door DD Energie · gepubliceerd op · bijgewerkt op
In het kort
Werkt een warmtepomp beter met vloerverwarming of met radiatoren?
Een warmtepomp werkt het zuinigst als het verwarmingswater niet heet hoeft te worden: hij levert meestal 30 tot 55 °C, waar een cv-ketel vaak op 60 tot 80 °C staat. Vloerverwarming is daarvoor gemaakt en werkt volgens Milieu Centraal meestal met zo'n 40 °C, soms met 30 °C. Maar radiatoren kunnen ook: plaatradiatoren met twee of drie platen en lamellen zijn meestal geschikt, en met radiatorventilatoren of een paar grotere radiatoren kom je vaak een heel eind. Vloerverwarming infrezen kost zo'n € 210 per m², dus dat doe je vooral als je toch gaat verbouwen. Of je huis klaar is, test je door je cv-ketel in de winter op 50 °C te zetten.
Bijgewerkt op · Bronnen: Milieu Centraal: zuinige verwarming, Milieu Centraal: vloerverwarming
Een warmtepomp verwarmt je huis met water dat minder heet is dan je van een cv-ketel gewend bent. Of dat lauwere water je huis warm krijgt, hangt af van je afgiftesysteem: de radiatoren, convectoren of vloerverwarming die de warmte aan de kamer afgeven. In dit artikel lees je waarom vloerverwarming de ideale partner is, waarom radiatoren vaak ook prima werken en hoe je zelf test of je huis er klaar voor is.
Waarom de watertemperatuur zo belangrijk is
Een warmtepomp wordt zuiniger naarmate het water dat hij maakt minder warm hoeft te zijn. Volgens Milieu Centraal warmt een warmtepomp het verwarmingswater meestal op tot 30 à 55 °C, terwijl een cv-ketel vaak op maximaal 60 of 80 °C staat. Hoe lager de temperatuur, hoe zuiniger de warmtepomp werkt. Waarom dat zo is, lees je in hoe werkt een warmtepomp.
Met lauwer water geeft een radiator minder warmte af. Dat los je op twee manieren op: zorgen dat het huis minder warmte verliest (isoleren), en zorgen dat je verwarming genoeg oppervlak heeft om met lauw water toch genoeg warmte af te geven. Milieu Centraal noemt die combinatie zuinige verwarming: een bron die op lage temperatuur werkt, plus een afgiftesysteem met genoeg vermogen.
Vloerverwarming: de ideale partner
Vloerverwarming geeft warmte af over de hele vloer. Door dat grote oppervlak werkt hij volgens Milieu Centraal meestal met water van zo’n 40 °C, en bij sommige vloerbedekkingen zelfs met 30 °C. Dat past precies bij een warmtepomp. Bovendien is het comfortabel: een gelijkmatige warmte en warme voeten.
Waar je op let:
- Vloerisolatie. Onder de vloer moet zeer goede isolatie zitten, met een Rc-waarde van 5,0 of meer. Anders verdwijnt de warmte naar de bodem of de kruipruimte.
- Afstand tussen de leidingen. Hoe dichter de leidingen bij elkaar liggen, hoe meer warmte de vloer afgeeft. Bij 10 cm afstand is het afgiftevermogen volgens Milieu Centraal zo’n 35% hoger dan bij 20 cm.
- Temperatuur. De vloer mag in de kamer niet warmer worden dan 29 °C en in de badkamer 33 °C. Het water is daarom hooguit 45 °C, en vaak is 30 °C genoeg.
- Vloerbedekking. Tegels en plavuizen zijn ideaal. Dik hout is minder geschikt en dik tapijt niet; laminaat, parket en dun tapijt kunnen als de warmteweerstand laag genoeg is (hoogstens Rd 0,15 m²K/W).
- Traagheid. Vloerverwarming warmt langzaam op. Zet de thermostaat ’s nachts daarom niet lager, anders is het ’s ochtends te lang koud.
Kosten: vloerverwarming infrezen in een bestaande betonvloer, inclusief het weghalen van de radiatoren, kost volgens Milieu Centraal zo’n € 210 per m²: ongeveer € 10.000 voor een begane grond van 50 m². Dat is vooral logisch als je toch een nieuwe vloer neemt of gaat verbouwen.
Kies altijd vloerverwarming met water. Elektrische of infrarood vloerverwarming is volgens Milieu Centraal absoluut niet zuinig: die maakt van 1 kWh stroom 1 kWh warmte, een warmtepomp 3 tot 5 kWh.
Radiatoren: vaak beter dan gedacht
Je hoeft niet per se vloerverwarming te hebben. Oude, slecht geïsoleerde huizen zijn volgens Milieu Centraal vaak gebouwd met grote radiatoren. Is zo’n huis later geïsoleerd, dan zijn die radiatoren vaak groot genoeg om het huis met een lagere temperatuur warm te krijgen. Welke radiator je hebt, maakt wel uit:
| Type | Geschikt voor lage temperatuur? (Milieu Centraal) |
|---|---|
| Plaatradiator met twee of drie platen én lamellen | Meestal geschikt |
| Plaatradiator met één plaat of zonder lamellen | Soms wel, soms niet; hangt af van de isolatie |
| Convector | Geschikt; meestal meer vermogen dan een radiator van dezelfde grootte |
| Ouderwetse ledenradiator | Meestal minder geschikt |
| Vloer- of wandverwarming | Zeer geschikt |
Lamellen zijn de dunne, golvende platen achter de plaat van de radiator. Een convector geeft bijna geen stralingswarmte; dat kan iets minder comfortabel voelen.
Vijf manieren om meer warmte uit je verwarming te halen
Is een kamer met lauw water niet warm genoeg, dan noemt Milieu Centraal deze oplossingen:
- Isoleren. Hoe minder warmte je huis verliest, hoe minder je verwarming hoeft af te geven. Dit is altijd de eerste stap.
- Radiatorventilatoren op of onder de radiator. Die verspreiden de warmte sneller, zodat een radiator meer afgeeft bij dezelfde watertemperatuur.
- Grotere of dikkere radiatoren, of speciale radiatoren voor lage temperatuur, in de woonkamer, keuken en badkamer.
- Een of twee radiatoren bijplaatsen.
- Vloer- of wandverwarming laten aanleggen, die gemaakt zijn voor verwarmen met lage temperaturen.
Haal ook de makkelijke winst: zet geen meubels of lange gordijnen voor de radiator en haal een eventuele ombouw weg.
Houd je je radiatoren? Kijk ook naar hybride en de aanvoertemperatuur
Met een hybride warmtepomp houd je je radiatoren gewoon: op koude dagen springt de cv-ketel bij en die levert heter water. Daarom kan een hybride warmtepomp volgens Milieu Centraal in vrijwel elke woning.
Wil je all-electric zonder je radiatoren aan te passen, dan kan een warmtepomp met een hoge aanvoertemperatuur helpen. De Vaillant aroTHERM plus levert water tot 75 °C. Hoe heter het water, hoe meer stroom de warmtepomp per kWh warmte gebruikt; isoleren en grotere radiatoren blijven daarom de zuinigste route.
Test het zelf: de Verwarmingstest
Wil je weten of je huis klaar is voor lagere temperaturen? Milieu Centraal organiseert de Verwarmingstest: je zet je hr-ketel in de winter op 50 °C en kijkt of het huis comfortabel warm blijft. Let op twee dingen: verlaag alleen de temperatuur van je verwarmingswater, niet van je tapwater, en zet alle radiatoren in de kamers die je normaal verwarmt open. Blijft het warm, dan is je huis waarschijnlijk klaar voor een warmtepomp. Wordt het bibberen, dan is eerst isoleren of je verwarming aanpassen verstandig.
Precies uitrekenen hoeveel warmte je woning nodig heeft, doe je met een warmteverliesberekening. Op onze pagina warmteverliesberekening krijg je een eerste indruk; wij rekenen het tijdens het huisbezoek per kamer uit. Hoe de isolatie van je huis samenhangt met het energielabel, lees je in energielabel en warmtepomp.
Koelen met je verwarming
Met vloerverwarming kun je in combinatie met sommige warmtepompen ook licht koelen. Met een bodemwarmtepomp kost dat weinig energie; met een lucht-waterwarmtepomp kan het soms ook, maar dan kost het meer stroom. Radiatoren zijn niet geschikt om mee te koelen: er ontstaat condens, en dat kan roest geven.
Slim stoken met lage temperatuur
Verwarmen met lauw water is comfortabel, maar het werkt trager. Milieu Centraal adviseert overdag niet hoger dan 19 °C en ’s nachts hooguit 1 à 2 graden lager; met vloerverwarming, een bodemwarmtepomp of een goed geïsoleerd huis met warmteterugwinning zelfs helemaal niet lager. Wat dat betekent voor je stroomrekening, lees je in stroomverbruik van een warmtepomp.
Vragen over jouw situatie? Neem contact op of vraag een gratis offerte aan.